Klantvriendelijk

Ze zag er opeens dikker uit en dat wekte mijn argwaan.

Ik had haar al binnen zien komen en had haar even bestudeerd. Dat leren ze je op management training. “Elke klant die binnen komt moet je aankijken.” Zo staat dat in het handboek. “Dan weten ze dat er op hen gelet wordt en dat verhindert diefstal.”

Dus toen ze mijn winkel voor dameskleding binnen kwam viel het me op dat ze wat magertjes was. Een spits vrouwtje met een bleek gezicht en lange sliertharen. Over het algemeen niet een type dat in mijn toch wel dure collectie dameskleding komt rondsnuffelen. Maar je weet het nooit en er staat ook heel wat in dat handboek geschreven over klantvriendelijkheid, dus na haar goed in me te hebben opgenomen concentreerde ik me op andere zaken. Totdat ze de winkel weer uit wilde gaan.

Ze leek nu nog wat bleker om de neus, maar ze leek ook wat dikker. Of vergiste ik me nu?

Of zou ze…?

Het was me al eerder overkomen dat iemand drie broeken over elkaar had aangedaan en er als de hazewindhonden vandoor was gegaan. Het alarm was nog wel afgegaan, maar ik kon de winkel toch ook niet onbeheerd achterlaten? Zo’n verlies calculeer je in bij de jaarbegroting. Maar deze vrouw zag er verdacht uit en dus stapte ik op haar af.

“U kon niets van uw gading vinden?”

Ze schuifelde met haar voeten en wierp me een gespannen glimlachje toe. “Beetje duur, hè.”

Ik knikte. “Wat had u dan in gedachten?”

Ze slikte. “Ik moet er nu vandoor.”
Net toen ze door het poortje wilde stappen zag ik onder haar wollen trui, nog een trui.

Verdraaid nog aan toe. Ze had die dure gestreepte Benetton trui onder haar versleten truitje van de Zeeman aan. Toen ze door het beveiligingspoortje stapte gebeurde er niets. Geen alarm. Ze had dus een manier gevonden om de beveiliging te omzeilen.

Dieven worden klaarblijkelijk steeds slimmer, maar het zou me toch niet gebeuren dat ze mijn spulletjes onder mijn neus vandaan roofde. Ik stond vandaag niet alleen in de winkel en mijn hulpje moest het maar even alleen opknappen en dus vloog ik achter haar aan en greep haar buiten op straat bij de schouder.

“Mevrouw…Kunt u even stoppen?”

“Huh?” Ze draaide zich om en keek me met grote ogen aan.

“Ik geloof dat u er vandoor wilt gaan met een van mijn truien?”

“Ik…eh…ik heb niets gedaan. Anders zou dat alarm toch afgegaan zijn?”

“Wat is dit dan?” zei ik. Helemaal ethisch was het misschien niet, maar met een vlotte beweging trok ik een stuk van mijn Benetton trui onder haar andere truitje uit. Haar mond zakte open en ze keek me met angstige ogen aan. “Ik…eh…” Toen schoten er tranen in haar ogen en keek ze schichtig om zich heen. Toen vroeg ze met bevende stem: “Gaat u de politie bellen?”

Ik zoog mijn lippen in en keek naar de fletse verschijning voor me. Er was iets in haar gestalte dat me raakte. Wat was haar verhaal? Gescheiden? Aan de drank? Ze leek me niet echt iemand die volledig ontspoord was, maar ze was wel goed op weg.

Ik schudde mijn hoofd. “Dat hangt van u af. Komt u eerst maar eens mee terug naar binnen zodat u die trui weer uit kunt doen.”

Ze beet op haar lip en liep gedwee voor me uit de winkel weer binnen. Ik had nog verwacht dat ze het op een rennen zou zetten en was verbaasd dat ze zo mak terugkeerde naar de plaats van diefstal.

Toen ze de trui had uitgetrokken en voor me had neergelegd keek ze me aan met een lege blik.

“Waar woont u mevrouw?”

“Nergens echt. Ik heb geen echt huis. Mijn man heeft me eruit gegooid. Ik zit nu bij mijn zuster in de Eikenlaan. En daar is het ijskoud.”

Ik knikte. “Doet u dat vaker? Stelen enzo?

Ze slikte en schudde van nee. “Ik wilde het eigenlijk niet doen, maar de verleiding werd me teveel. Komt de politie er nu bij?”

“Als u dat nog nooit eerder deed, hoe kon u mijn alarm dan omzeilen?

“Ze keek naar de grond. “Ik had er over gelezen, maar het was echt de eerste keer.”

Ik legde mijn hand op haar schouder. “Luister, mevrouw. Ik roep de politie er niet bij. Maar houdt u hier alstublieft mee op. Als u het echt nog nooit eerder gedaan heeft kunt u er nu nog mee stoppen.”

Ze slaakte een zucht. “Ik weet het.” Er sprongen weer nieuwe tranen in haar ogen.

“Weet u hoe duur die trui was?” vroeg ik haar.

Ze knikte. Ze had het prijskaartje goed bestudeerd. “120 Euro.”

Dat klopte. “Die trui stond u goed, mevrouw.”

Ze wist niet wat ze moest zeggen en staarde maar weer naar haar schoenen.

“Mevrouw?”
Ze keek op.

“Neemt u hem maar mee. Maar houd op met stelen nu het nog kan.”

Ze staarde me met grote ogen aan. “M-Meenemen…Maar dat k-kan toch niet?”

“Hoezo niet,” antwoordde ik luchtig. “U had hem toch al gestolen?”

Ze bloosde.

“Moet ik hem soms ook nog voor u inpakken?”

Ze schudde haar hoofd. “N-Nee mijnheer.” Er verscheen iets wat op een glimlach leek op haar gezicht en ze streelde de zachte wol. “Meent u dat nou?”

“Vooruit. Neem mee en kom hier alleen nog terug als u echt iets wilt kopen.”

Ze knikte van ja en pakte de trui van de toonbank. Toen ze door het poortje van de beveiliging stapte keek ze me dankbaar aan en er lag iets van hoop in haar blik.

Toen ging het alarm af.

De vrouw schrok en keek me weer angstig aan.

Ik schudde mijn hoofd.

“Doorlopen mevrouw; niets aan de hand.”